Ruim vijf jaar nadat de participatiesamenleving als opvolger van de verzorgingsstaat werd geïntroduceerd, blijken grote onduidelijkheden te bestaan over wat overheid en burger van elkaar mogen verwachten. Hierdoor ontstaan grote verschillen tussen kansarm en kansrijk.

 

Omdat zijn vrouw de vorige avond onverwacht is opgenomen in het ziekenhuis, heeft meneer Rienstra de hulp van Buurtzorg voor vandaag afgebeld. Mevrouw Rienstra raakte twintig jaar geleden deels verlamd door een goedaardig gezwel in haar rug. Daarvoor runde ze met haar man 32 jaar lang een supermarkt in Den Haag. Behalve de hulp van Buurtzorg komt er een keer per week 2,5 uur een huishoudelijke hulp, betaald door de gemeente.

Nadat de zorgtaken in 2015 werden overgeheveld van het Rijk naar de gemeenten, kwam er een ambtenaar langs voor een keukentafelgesprek over de zorgbehoeften van het echtpaar. Aan het einde van het gesprek hoorden zij dat ze zes uur huishoudelijke hulp zouden krijgen. Een verdubbeling van het aantal uren dat ze daarvoor hadden gehad. Maar daarna kregen ze een brief waarin stond dat ze recht hadden op twee uur. Waarom? Hij heeft geen idee. Na een formeel bezwaar, kwam er een halfuurtje bij, maar daar moeten ze het mee doen.

Het was niet de eerste keer dat het echtpaar Rienstra werd verrast door een beslissing van de gemeente. Een aantal jaren eerder kregen ze plotse- ling bericht dat de gehandicaptenparkeerplaats voor de deur zou worden weggehaald. Meneer Rienstra ging met succes in beroep. Ook de finan- ciële vergoeding die hij van de gemeente kreeg, verdween. In plaats van een kilometervergoeding krijgt hij nu credits van de gemeente, waarmee hij kan sparen voor cadeaus uit een webwinkel. Er is keuze uit onder andere dagjes uit, een drie-gangen-diner of een pakket van Rituals.

Meneer Rienstra begrijpt best dat de overheid wil dat ze meer voor zichzelf zorgen. ‘We laten zien dat we daar alles aan doen. Dan moet de overheid ook niet moeilijk doen over de ondersteuning die we nodig hebben,’ vertelt Rienstra.

Het verhaal van het echtpaar Rienstra is typerend voor de moeizame ontwikkeling van de participatiesamenleving. Het is duidelijk dat burgers meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eigen leven en voor het leven van hun naasten – en dat een ondersteunende overheid blijft bestaan waar dat moet. Zo beschouwd past de participatiesamenleving goed bij belangrijke sociaal-liberale principes als vertrouwen op de eigen kracht van mensen, belonen van eigen prestaties en delen van welvaart. Lees verder>

 

Gebreken in de participatiesamenleving, wetenschappelijk tijdschrift Idee

17 december 2018, PDF