De huisvesting en opvang van gezinnen blijft een zorgpunt voor de Kinderombudsman van Amsterdam. Daarom heeft de ParticipatiePraktijk onderzoek gedaan naar de oorzaken van het grote aantal dakloze gezinnen in de hoofdstad.

De onzekere en soms uitzichtloze situatie in de opvang is niet wenselijk voor kinderen. Het afgelopen jaar bezochten de Kinderombudsman en haar medewerkers diverse opvanglocaties en voerden zij gesprekken met de GGD, hulpverleners, ambtenaren en andere betrokken professionals. De gemeente lijkt hard te werken aan het creëren van meer woonruimte maar in de tussentijd hebben de kinderen geen thuis. Economische omstandigheden mogen geen beperking vormen in de ontwikkeling van kinderen. Daarmee wordt financiële armoede ook sociaal-emotionele armoede.

 

Wat zijn de belangrijkste problemen?

1. Tekort betaalbare huurwoningen

Voorop staat het tekort aan betaalbare huurwoningen, daar zijn de meeste het over eens, maar dat lossen we hier aan tafel niet op.

2. Te laat in beeld

Gezinnen dreigen ontruimd te worden doordat de hulpverlening huishoudens niet op tijd in beeld heeft. Er zijn veel meer signalen dat huishoudens financieel kunnen afglijden, dan huurachterstanden. Er op afgaan bij huurachterstanden is vaak al te laat omdat mensen de huur het langst blijven betalen.

3. Onvolledig beeld

Ook ontbreekt vaak een volledig beeld van alle problemen van het gezin, financieel en anderszins. Hulpverleners kijken vaak alleen vanuit hun eigen specialisme en niet naar het totaal plaatje.

4. Informatiedelen

Er wordt te weinig informatie gedeeld. Vanwege de (verplichte) bescherming van privacy seint bijvoorbeeld de huisarts de schuldhulpverlening niet in bij signalen van schulden. Hulpverleners zijn bang met tuchtrecht te maken te krijgen als ze andere hulpverleners inseinen.

5. Institutioneel wantrouwen

Burgers hebben geen vertrouwen in de overheid en zijn bang zelf door de overheid gewantrouwd te worden. ‘Ik meld me niet aan, straks halen ze mijn kind weg / of ze willen documenten die ik niet kan leveren’. Mensen schamen zich en/of voelen zich veroordeeld door hulpverleners.

6. Hogere eisen van samenleving

Juist voor de groep burgers die het meeste hulp nodig hebben en vaak het laagst ontwikkeld zijn, maken we de procedures divers en ingewikkeld. Tweedeling: mensen die mee kunnen komen en mensen die het niet redden.

7. Draagkracht netwerk

Netwerk van gezinnen is zelf te zwak om gezinnen op te vangen. Familie accepteert de situatie van een gezin niet waardoor ze op zichzelf zijn aangewezen. Kostendelersnorm werkt hulp door netwerk tegen.

8. Botsende kaders

Alle gemeentes hebben in hun huisvestingsverordening opgenomen dat iemand minstens twee jaar in een gemeente ingeschreven moet staan. Hierdoor vallen mensen die kort voor ze dakloos werden verhuisd zijn naar een andere gemeente overal buiten de boot voor een urgentieverklaring voor een woning. Dit zou opgevangen moeten worden doordat een van de gemeentes de hardheidsclausule toepast, maar dat gebeurt niet.

9. Te hoge voorwaarden (nieuw) huurcontract

Woningcorporaties hangen te veel aan een verhuurdersverklaring. Als er lastig saneerbare schulden zoals een woning op naam van jou en je ex, of onbekende schulden zijn, kan het lang duren voordat die geregeld zijn en al die tijd wil willen verhuurders geen huurcontract met je aangaan.

 

10. Kwaliteit hulpverleners

Het lukt hulpverleners vaak niet om een plan van aanpak te maken met een realistisch perspectief. Daarbij helpt niet dat niet duidelijk is wie de kar trekt, verschillende plannen die niet met elkaar sporen .

11. Kwantiteit hulpverleners

Of er zijn te veel hulpverleners betrokken waardoor iedereen denkt dat de ander de kar trekt of de hete ijzers uit het vuur halt. Of mensen moeten juist wachten tot de juiste specialist beschikbaar is. 12. Focus en motivatie
Doordat samenhangend plan ontbreekt lukt het niet om de betrokken te motiveren. Mensen kunnen of willen soms niet doen wat nodig is om uit hun situatie te komen. Dan is het aan de hulpverlener om te motiveren en ondersteunen waar nodig.

12. Wachttijden

Het is wachten op de juiste hulpverlening, op de behandeling van aanvragen voor voorzieningen, op woningen.