Sinds vijf jaar zet de overheid steeds meer in op de zelfredzaamheid van burgers. Maar hoe werkt dat in de praktijk? De ParticipatiePraktijk heeft hier onderzoek naar gedaan in drie grote steden en twee landelijke omgevingen.

Ruim vijf jaar nadat de participatiesamenleving werd geïntroduceerd, heeft de PartcipatiePraktijk de balans opgemaakt door in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en de Brabantse dorpen Schaijk en Ravenstein op zoek te gaan naar de dagelijkse praktijk van de participatiesamenleving. We hebben gesproken met tientallen bewoners, mantelzorgers, jongerencoaches, wijkverpleegkundigen, beleidsambtenaren, wethouders, denkers en doeners.

Vanuit deze praktijk komen we tot vijf aandachtspunten: het verhaal van wat de participatiesamenleving is en zou moeten zijn, moet veel meer inhoudelijk geladen worden; duidelijkheid over de rol van de overheid laat te wensen over; de mythe dat iedereen kan participeren moet worden doorbroken; er kleven keerzijdes aan burgerinitiatieven en er ontstaan grote verschillen in Nederland.

Het actieonderzoek was een samenwerking met De Haagse Hogeschool, Hogeschool Inholland, Hogeschool Rotterdam en de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau meegedacht met de opzet van het onderzoek. Het onderzoek is deels gefinancierd door het Oranjefonds en het VSBfonds.

Onderdeel van het onderzoek waren ook town hall meetings in het land en een debatavond in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam.

Handreiking (On)gelijkheid in de participatiesamenleving

18 oktpber 2018, PDF

Website Actieonderzoek ‘(On)gelijkheid in de participatiesamenleving