Ervaringsdeskundigheid: juist bij ingewikkelde casus

“Ik heb heel veel therapie en begeleiding thuis gehad. Daarna heb ik bij vrienden en in een pleeggezin gewoond om uiteindelijk op een leefgroep te belanden. Voor mijn gevoel woog mijn wil minder zwaar dan die van mijn ouders. Maar toen ik hierover later met hen in gesprek ging, bleken zij eenzelfde beleving te hebben gehad. Zij werden bijvoorbeeld te weinig meegenomen in het proces rondom mijn uithuisplaatsing.

Wanneer ik nu jeugdhulpverleners adviseer om te luisteren naar de cliënt, staat inmiddels ook niet meer alleen mijn eigen verhaal centraal. Ik heb mijn eigen ervaringen geanalyseerd en ik heb erop gereflecteerd. Ik heb mijn kennis aangevuld met ervaringen van anderen. Al deze ervaringskennis kan ik nu inzetten om de kinderen van nu een goede toekomst te geven.

Eén vraag kan het verschil maken

Door wat ik zelf en om me heen heb meegemaakt, vind ik situaties die ik in het werk tegenkom, denk ik, niet zo snel gek of heftig. Ik merk dat bij onderwerpen waar mijn collega’s soms handelingsverlegen over zijn, ikzelf nauwelijks een drempel ervaar om door te vragen. Zo vroeg ik laatst aan een jongen, wat zijn vader doet als hij boos wordt en of die hem dan ook aanraakt. En een moeder die zei dat ze soms gewoon even weg wilde, vroeg ik of ze een vakantie bedoelde of uit het leven wilde stappen. Ze bleek vergevorderde suïcideplannen te hebben, maar dat was niet naar voren gekomen in het gesprek als ik die vraag niet had gesteld.

Ik weet uit eigen ervaring hoe belangrijk één vraag kan zijn. Als iemand in mijn jeugd één ker had gevraagd of ik op jongens viel, had ik niet zo hoeven worstelen met mezelf en waren de problemen met mijn ouders daardoor waarschijnlijk ook minder groot geweest. Al zou ik, eerlijk gezegd, niet tegen iedereen open en eerlijk geweest zijn hierover. Zodra ik namelijk zag dat mijn nieuwe casemanager het symbool van een visje achterop haar auto had, had ik voor mezelf bedacht dat zij vanuit haar geloof mijn homoseksualiteit nooit zou accepteren en besloot ik mijn mond dicht te houden. Vertrouwen verandert snel in wantrouwen, maar als er eenmaal wantrouwen is is vertrouwen creëren een stuk lastiger.

Specifieke ervaringskennis nodig

Bij veel cliënten weet ik goed aan te sluiten, maar soms is specifieke ervaringskennis nodig. Zo heb ik Rosa uitgenodigd op mijn werk om samen met onze psychiater een training te geven over borderline. En Mohini, die zelf ervaring heeft in het criminele- en loverboycircuit, kon als geen ander meiden die hier gevoelig voor zijn, bewust maken van de gevolgen. En ze heeft mijn collega’s en samenwerkingspartners op ideeën gebracht over een goede aanpak rondom veiligheid die wij zonder ervaring niet hadden bedacht.

Ook denk ik aan Jason, die open is over zijn zelfbeschadiging. Hij is tijdens een bijeenkomst met hulpverleners de discussie gestart of op een groep middelen om te snijden niet afgepakt maar vervangen zouden moeten worden door minder schadelijke alternatieven. Bij hem op de groep bleef het hierdoor een bespreekbaar thema en heeft hij zijn zelfbeschadiging kunnen afbouwen. De dag nadat ik hier met Jason over had gepraat, bespraken we op mijn werk het suïcideprotocol en bracht ik deze ervaringskennis in. Dit leidde tot een heel interessant gesprek met nieuwe invalshoeken en eerste kleine veranderingen in hoe we aankijken tegen en communiceren over zelfbeschadiging.

Schroom niet om ons te benaderen

Natuurlijk denk ik het liefst groot, dus gun ik iedereen in de jeugdhulp een ervaringsdeskundige als gelijkwaardige collega. In mijn dromen worden alle hulpverleners opgeleid om naast theoretische kennis uit opleidingen ook hun eigen ervaringen te zien als waardevolle bron van kennis.

Maar zo ver zijn we nog niet, dus vandaar dat ik graag de verhalen deel over Rosa, Mohini en Jason. Zij zijn voorbeelden van de 150 Experienced Experts die een training hebben gehad om hun eigen ervaring in te zetten als maatje van jongeren of adviseur van organisaties.

De ervaringskennis van ex-cliënten uit de jeugdhulp kan de hulpverlening verder brengen en verbeteren. Wij weten als geen ander wat helpt en wat niet helpt. Juist bij ingewikkelde situaties. Dus schroom niet om ons te benaderen. Eén vraag kan het verschil maken.”

Gepubliceerd op 17 november 2017 op www.iederkindveilig.nl

Afbeelding: Gerard Stolk
Origineel

Dakloze gezinnen in Amsterdam

De onzekere en soms uitzichtloze situatie in de opvang is niet wenselijk voor kinderen. Het afgelopen jaar bezochten de Kinderombudsman en haar medewerkers diverse opvanglocaties en voerden zij gesprekken met de GGD, hulpverleners, ambtenaren en andere betrokken professionals. De gemeente lijkt hard te werken aan het creëren van meer woonruimte maar in de tussentijd hebben de kinderen geen thuis. Economische omstandigheden mogen geen beperking vormen in de ontwikkeling van kinderen. Daarmee wordt financiële armoede ook sociaal-emotionele armoede.

 

Wat zijn de belangrijkste problemen?

1. Tekort betaalbare huurwoningen

Voorop staat het tekort aan betaalbare huurwoningen, daar zijn de meeste het over eens, maar dat lossen we hier aan tafel niet op.

2. Te laat in beeld

Gezinnen dreigen ontruimd te worden doordat de hulpverlening huishoudens niet op tijd in beeld heeft. Er zijn veel meer signalen dat huishoudens financieel kunnen afglijden, dan huurachterstanden. Er op afgaan bij huurachterstanden is vaak al te laat omdat mensen de huur het langst blijven betalen.

3. Onvolledig beeld

Ook ontbreekt vaak een volledig beeld van alle problemen van het gezin, financieel en anderszins. Hulpverleners kijken vaak alleen vanuit hun eigen specialisme en niet naar het totaal plaatje.

4. Informatiedelen

Er wordt te weinig informatie gedeeld. Vanwege de (verplichte) bescherming van privacy seint bijvoorbeeld de huisarts de schuldhulpverlening niet in bij signalen van schulden. Hulpverleners zijn bang met tuchtrecht te maken te krijgen als ze andere hulpverleners inseinen.

5. Institutioneel wantrouwen

Burgers hebben geen vertrouwen in de overheid en zijn bang zelf door de overheid gewantrouwd te worden. ‘Ik meld me niet aan, straks halen ze mijn kind weg / of ze willen documenten die ik niet kan leveren’. Mensen schamen zich en/of voelen zich veroordeeld door hulpverleners.

6. Hogere eisen van samenleving

Juist voor de groep burgers die het meeste hulp nodig hebben en vaak het laagst ontwikkeld zijn, maken we de procedures divers en ingewikkeld. Tweedeling: mensen die mee kunnen komen en mensen die het niet redden.

7. Draagkracht netwerk

Netwerk van gezinnen is zelf te zwak om gezinnen op te vangen. Familie accepteert de situatie van een gezin niet waardoor ze op zichzelf zijn aangewezen. Kostendelersnorm werkt hulp door netwerk tegen.

8. Botsende kaders

Alle gemeentes hebben in hun huisvestingsverordening opgenomen dat iemand minstens twee jaar in een gemeente ingeschreven moet staan. Hierdoor vallen mensen die kort voor ze dakloos werden verhuisd zijn naar een andere gemeente overal buiten de boot voor een urgentieverklaring voor een woning. Dit zou opgevangen moeten worden doordat een van de gemeentes de hardheidsclausule toepast, maar dat gebeurt niet.

9. Te hoge voorwaarden (nieuw) huurcontract

Woningcorporaties hangen te veel aan een verhuurdersverklaring. Als er lastig saneerbare schulden zoals een woning op naam van jou en je ex, of onbekende schulden zijn, kan het lang duren voordat die geregeld zijn en al die tijd wil willen verhuurders geen huurcontract met je aangaan.

 

10. Kwaliteit hulpverleners

Het lukt hulpverleners vaak niet om een plan van aanpak te maken met een realistisch perspectief. Daarbij helpt niet dat niet duidelijk is wie de kar trekt, verschillende plannen die niet met elkaar sporen .

11. Kwantiteit hulpverleners

Of er zijn te veel hulpverleners betrokken waardoor iedereen denkt dat de ander de kar trekt of de hete ijzers uit het vuur halt. Of mensen moeten juist wachten tot de juiste specialist beschikbaar is. 12. Focus en motivatie
Doordat samenhangend plan ontbreekt lukt het niet om de betrokken te motiveren. Mensen kunnen of willen soms niet doen wat nodig is om uit hun situatie te komen. Dan is het aan de hulpverlener om te motiveren en ondersteunen waar nodig.

12. Wachttijden

Het is wachten op de juiste hulpverlening, op de behandeling van aanvragen voor voorzieningen, op woningen.